Familie

Negerinen Tieten

Masturberende kutjes geil schatje

masturberende kutjes geil schatje

.

Dikke vette negerin vrouwen zoeken sexcontact

Of zouden ze daar hun ranzige gedachten camoufleren met: Ze zijn zelfs de porno gaan geloven… Ik bekijk de koppen om heen, neem de laatste slok koffie en vraag me af hoe het toch in godsnaam mogelijk is dat zoiets aan een vriendin komt.

Om me vervolgens af te vragen: En wat de fuck doe ik hier eigenlijk?! Want ik voel me net alsof ik van een andere planeet kom. Omdat het me begint te vervelen en we zodadelijk weer moeten beginnen, sta ik op en loop zo onopvallend mogelijk de kantine uit. Toch blijft dat niet onopgemerkt. Dat ik niet deelneem aan de gesprekken wordt over het algemeen nog wel getolereerd, als ik af en toe maar een keer glimlach om de domme opmerkingen en grappen, maar dit wordt als een soort verraad gezien.

Ik ben dus een loser. En weet je wat? Ik geef ze gelijk dit keer. Ik ben een loser, maar niet om de reden die zij daar voor geven. Ik voel me een verliezer gewoon omdat ik hier in dit kutmagazijn aan het werk ben. Alles waar die gasten van dromen had ik kunnen hebben. Een goedbetaalde baan, een nieuwe Audi, Mercedes of BMW in de carport naast mijn mooie nieuwbouwhuis ergens in een Vinex-wijk, een banksaldo om mijn vriendin tevreden te stellen en de buren jaloers te maken, een paar keer op vakantie per jaar naar een zonnig oord ergens op de aardbol, misschien nog wel ergens een boot in een jachthaven.

Ik had het allemaal kunnen hebben. Niets is makkelijker dan doen wat de rest doet. Ik loop de toiletruimte in, open de wc-deur, zet de bril omhoog en rits mijn broek los.

Mijn ouders hebben er ook alles aan gedaan om me een goede start te geven. Mijn moeder zat altijd klaar met een kopje thee en een koekje als ik tussen de middag uit school kwam. Ze hebben er ook voor gezorgd dat ik kon gaan studeren. En ze betaalden bovendien de contributie van de voetbalclub, de gitaarles en de rijschool. En nog veel meer. Na mijn vwo-opleiding ben ik naar de Hogere Laboratorium School gegaan, terwijl de rest economie ging studeren of handelswetenschappen of zoiets.

Het yuppiedom vierde hoogtij. Carrière maken, snel veel geld verdienen, daar ging het om. De straal spettert op het porselein.

Maar mijn keuze was níet in het kader van de carrièreplanning. De belangrijkste motivatie was het ontlopen van de dienstplicht. Ik zag mezelf nog niet al die stompzinnige bevelen opvolgen. Ik ben tenslotte geen hond. Niet dat het me iets interesseerde, maar goed.

Bedrijven stonden klaar aan de poort om mensen in dienst te nemen. De sleutel van het nieuwbouwhuis en de BMW al in hun handen, bij wijze van spreken. Maar toch maar niet. Ik ben altijd al mijn eigen weg gegaan. En ik heb ook toen geen seconde getwijfeld.

De hele maatschappij stond me niet aan: Allemaal ten koste van de rest van de wereld. Ik vond het op de middelbare school al belachelijk om met je dure nieuwe gympies of opgevoerde brommer indruk proberen te maken. Ik deed niet mee. Ik rits mijn broek dicht, trek door en bekijk de gebruikelijke teksten op de wc-muur: Ben je geil bel Anita, Johnny is homo!

Omdat al die kankerlijers hier zijn! Ik pak een viltstift uit mijn broekzak, en op een lege plek tussen de puberale teksten en tekeningen, kalk ik: We zijn de slaven van de heer Albert Heijn.

Waar was ik ook alweer gebleven? Het besluit om de dolgedraaide consumptiemaatschappij definitief de rug toe te keren had nog wel de nodige consequenties: De lijst was eindeloos en compromisloos. Marcuse had het De Grote Weigering genoemd. Volgens de filosoof was het een moeilijke beslissing en zou je een hoge prijs betalen.

De prijs die ik moest betalen voor die zelfgekozen politiek correcte leefstijl was ondermeer dat ik in mijn eentje tegen de stroom in moest. Ik zie mezelf nog staan met mijn versleten merkloze spijkerbroek en afgetrapte gympies. Op een gegeven moment vatte ik het maar op als een geuzennaam, als bevestiging dat ik buiten de maatschappij stond. Voor de rest was de wereld e en groot pretpark. Die hebben het ongetwijfeld over geld. En worden daar dan weer geil van. Mijn moeder waarschuwde me al: Want wat zullen de buren er wel niet van zeggen, nietwaar?

Sommige mensen zijn daar erg gevoelig voor. Maar ik kan niet anders, ik moet dit doen. Volg je hart en je geweten. Op een gegeven moment ging het verzet zelfs nog een stapje verder, tot en met acties met persverklaringen aan toe dus.

Nu noem ik het liever De Grote Vergissing, maar van die hoge prijs heeft Marcuse gelijk gehad en mijn moeder ook. Al dat wereldleed op je schouders, al die principes, al die verplichtingen. Ik ben godverdomme mijn eígen dictator geweest! Hoe ironisch wil je het hebben?! En nu ik ook de idealen kwijt ben, is het enige dat ik er aan over heb gehouden: Jaren die nu ook voor mij zwarte bladzijden zijn.

Het heeft me tenslotte hier gebracht, in dit ellendige magazijn en met niet meer dan een leeg appartementje in een stad waar ik niemand ken. En waar niemand mij kent. Volg je hart en je geweten… Tja. Maar dit hier gaat niet lang meer duren, praat ik mezelf moed in.

Dit is slechts een noodoplossing. Ik loop de trap af naar de werkvloer en neem me voor nog wat meer tijd en geld te stoppen in mijn project. Want ik ga toch echt niet voor de rest van mijn leven in dit magazijn werken. Of welk magazijn dan ook. De zoemer zal zo wel gaan, gok ik. En slenterend in de stilte tussen de hoge stellages dwalen mijn gedachten af naar afgelopen zaterdag.

Ik heb een meisje gezien. Een heel mooi meisje. Een heel bijzonder meisje. Ze heeft een gevoel losgemaakt waar ik niet goed mee overweg kan. But the fact is, even with the basics I was still unhappy, I mean, I never really saw the point in busting my ass all my life just to pay the rent and buy food.

Ik woon nu inmiddels een paar maanden in de-stad-waar- niemand-me-kent en langzaam is er weer iets van leven in me terug gekomen. Ik voel af en toe weer iets. De afkeer van de maatschappij is eigenlijk alleen maar groter geworden. Ook de vrienden die van het ene moment op het andere in vijanden zijn veranderd kunnen rekenen op mijn haat. Er is een tijd geweest dat ik terug verlangde naar de pijn.

Want je kunt beter iets voelen, dan helemaal niets meer. Zolang je pijn voelt weet je tenminste dat je leeft. Maar dit is veel beter. Vooral als het het enige is dat je nog hebt. Ik pak een krat cola. Dit gaat zo niet langer. Ik heb er al dagen last van, maar nu gaat het echt niet meer. De oorzaak is wel duidelijk. Dat is de combinatie van de hele dag dezelfde beweging en het gewicht van de kratten frisdrank en dozen vol ingeblikte groente die ik op mijn karretje moet laden.

Zeker de uitzendkrachten niet. En daarbij heb ik dus mijn elleboog geforceerd. Als eindelijk de verlossende zoemer klinkt, loop ik naar het kantoortje met uitzicht over dat verrekte Albert Heijn magazijn. Ik moet sowieso mijn werkbriefje ophalen en zal meteen doorgeven dat ik volgende week n iet kan komen. En iets van minachting ook.

Dan kan ik toch zeker wel een week overslaan? Hij is duidelijk aan het oefenen om de baas te leren spelen. Ze moeten bewijzen hebben dus. Ik zie daar het nut niet zo van in. Het is gewoon overbelast, een weekje rust zal wonderen doen, dat zal de huisarts ongetwijf eld ook zeggen. Ik heb er gewoon te lang mee door gewerkt dan goed voor me is. Ik heb de week netjes vol gemaakt omdat ik me nu eenmaal altijd aan mijn afspraken hou.

De boel belazeren is niet echt mijn stijl. Wat je doet moet je goed doen, vind ik. Dat geldt ook voor werken. Dus ze moeten niet zeuren. Ik heb er het geld niet voor. Niet voor over ook, eigenlijk. Ach, het zal wel loslopen, gok ik, als ik richting de uitgang met de detectiepoortjes loop. Als ik een week later bel dat ik weer kan beginnen krijg ik tot mijn grote verrassing en verbijstering te horen dat ik niet meer hoef te komen. Ik denk nog even dat ik het niet goed verstaan heb.

Langzaam dringt het tot me door. En de aanvankelijke verbazing slaat om in woede. Ik kan me nog maar net beheersen en zeg dat ik het schandalig vind. En ik sluit af met de woorden: Maar dit geeft me net het zetje dat ik nodig heb om het ook daadwerkelijk te gaan uitvoeren. In de bibliotheek vlakbij metrostation Blaak waar ik in mijn vrije tijd wel vaker een krantje ga lezen, ga ik meteen op zoek naar de Quote Om inspiratie op te doen.

Ik ga het geld godverdomme gewoon halen waar het zit. Een andere bezoeker kijkt even boven zijn krantje uit om te zien waar die verstomde kreet vandaan kwam. En kom er achter dat er in Nederland meer dan  honderdduizend miljonairs zijn. Die dus allemaal de helft van de tijd ergens in het zonnige zuiden ontspannen aan de rand van een zwembad hangen, stel ik me zo voor, met een sigaar in de ene hand, een glas whisky in de andere en een blondine binnen handbereik.

Misschien wel twee blondines. Net wat je wilt. En ik zeker voor de rest van mijn leven debiel worden ergens aan de lopende band hier in dit kankerland?! Als dat rechtvaardig is, ken ik er nog wel een paar.

Ik neem nog een slok van mijn warme chocomel uit de automaat en neem de lijst met de  vijfhonderd apen met de meeste bananen nog een keer door. Albert en de rest van de familie hebben ook allemaal een leuke positie veroverd, zie ik. Aardig wat centjes bij elkaar gestolen. Gestolen ja, want al dat geld van al die miljonairs is natuurlijk wel altijd vergaard over de rug van iemand anders. In het geval van Albert ook over mijn rug. Want hoe je het ook wendt of keert, ze zijn rijk geworden door anderen voor zich te laten werken.

De rijken worden rijker en de armen blijven arm. Les 1 van de cursus  Kapitalisme voor Beginners. En de ironie wil dat de loonslaven van tegenwoordig niet eens meer doorhebben dat ze slaven zijn.

Je laat ze gewoon een hypotheek afsluiten en ze staan l evenslang in de fabriek. Geef ze ook nog voetbal, bier en tieten en je hoort ze helemaal niet meer. En denken daarmee slim te zijn. Maar dat is toch zoiets als van een dief je eigen spullen terug kopen Les 2 van de cursus: En Albert en consorten lachen zich dood: En ik herinner me plots dat die een tijdje terug nog voor de rechter moest verschijnen voor de handel in aandelen met voorkennis.

Want het is voor de rijken natuurlijk nooit genoeg. Ze willen altijd meer. Of in ieder geval meer dan de buurman.

Dus vaker wel dan niet wordt die gemakkelijk verkregen rijkdom verder aangevuld door list en bedrog. Van creatief boekhouden tot regelrechte belastingontduiking. Of handel in aandelen met voorkennis dus. Het zijn gewoon allemaal halve of hele witteboordencriminelen, concludeer ik. Moet ook wel natuurlijk, de top van de apenrots bereik je niet door aardig te zijn. Je kunt het vaak zelfs al zien aan de blik in hun ogen: Het lijkt net of ze door je heen kijken.

Dat doen ze ook want ze zien niet jou, maar ze zien geld. In de gevangenis ben ik dat soort types ook tegengekomen. Vol complimentjes en mooie verhalen alsof ze je beste vriend zijn, maar ondertussen pupillen als speldenknoppen: Een vriend is waar je aan verdient. En hoe groter de criminelen zijn, hoe meer ze lijken op zakenmensen heb ik geleerd. Ik staar door het raam naar buiten over het lege marktplein, en in de verte zie ik het ABN Amro gebouw.

De mannen in de krijtstreeppakken met de Rolexen en de gouden manchetknopen, dáár moet je voor oppassen. En behalve dat die vorm van criminaliteit erg lucratief is, is ook de pakkans zeer gering. En als ze al gepakt worden, ontspringen ze op een of andere manier toch altijd de dans. Of anders krijgen ze een boete die ze gelijk lachend contant afrekenen als ze de rechtbank   uitlopen.

Gewoon omdat de rechter in een goede bui is. Waarschijnlijk ook door een envelop met geld of een handige beleggingstip. Net zoals bij de buurman van Albert dus.

Maar goed, iedereen is te koop natuurlijk. Met genoeg geld zet je de hele wereld naar je hand. De top van de apenrots heeft het gewoon voor het zeggen. Het is ons-kent-ons en wie betaalt, bepaalt. Staat en Kapitaal zijn twee handen op een buik.

Les 3 van de cursus. Mijn besluit staat vast nu. Veel gewetensbezwaren kan ik niet verzinnen. Zolang de welvaart niet eerlijk verdeeld is, zie ik niet in waarom ik me netjes aan de regels zal houden. Als ik de keus had zou ik ook handelen in aandelen met voorkennis, denk ik bij mezelf terwijl ik een kopietje maak.

Geen geweld, geen pistolen. G ewoon een telefoontje naar de bank en… Kassa! Een paar ton rijker. Niet dat daar geen slachtoffers bij vallen. Iemand zal het uiteindelijk toch moeten terug betalen. Of er voor moeten werken, nog erger. Maar ik heb geen keuze. Ik ga het geld gewoon halen waar het zit. Nou nog effe de plattegrond van Wassenaar kopieëren…. Ik sta snel op van de klapstoel voordat de meute weer probeert voor te kruipen.

De keuze voor het balkon is niet omdat het zo druk is, want dat is het niet, maar omdat ik geen mensen meer om me heen kan hebben.

De lichte pislucht van het toilet neem ik daarbij voor lief. Dat is misschien nog wel aangenamer dan de walm van al die aftershaves die in de coupé hangt, en die feitelijk ook niets anders doen dan de pislucht verdrijven. Ik stap het perron op en sla de sjaal voor mijn gezicht tegen de koude wind. Voor de massa uit snel ik de   trappen op naar de stationshal van Utrecht Centraal. Het onverwachte en vooral ook onterechte ontslag bij de Albert Heijn is net het zetje geweest dat ik nodig had.

Het heeft me net kwaad genoeg gemaakt. En ik zit zonder inkomen uiteraard. De stok achter de deur. Ik heb even met de gedachte gespeeld om Albert af te persen, maar heb dat idee al snel laten varen.

Er is nog een andere mogelijkheid. En daarom ben ik hier. Aangekomen in een stad waar ik ook niemand ken, en niemand mij. Als het goed is. En groot genoeg om anoniem in rond te kunnen lopen. Als ik heel Hoog Catharijne doorgelopen ben, ga ik in het centrum op goed geluk op zoek naar een geschikte bank. En daarbij is het rente-percentage op de  spaarrekening niet zo belangrijk. Na een uur of anderhalf door de stad te hebben gewandeld en de boel verkend te hebben loop ik terug naar het station.

De ABN Amro aan het pleintje niet ver van het station lijkt me het meest geschikt. Er is geen sluis, zodat ik ongehinderd naar binnen en weer naar  buiten kan lopen, en er zijn genoeg vluchtmogelijkheden om te voet te ontkomen: Wat de beste methode is.

En wat het oplevert. Je gaat naar binnen, laat je pistool zien, vraagt vriendelijk om geld en vertrekt weer. Levert niet veel op. Ergens tussen de zes jaar cel en En altijd alarm, dus de politie zit je op de hielen.

Je wacht het personeel binnen of buiten op voordat de bank opengaat en laat ze het alarm uitzetten en de kluis openen. Er gaat wel de nodige voorbereiding in zitten. Je moet de boel vooraf observeren en je moet er voor zorgen dat niemand alarm slaat. Ook eventuele voorbijgangers of buurtbewoners niet. Je hebt eigenlijk ook meer man nodig. Veel geweld is echter ook hier niet nodig.

De opbrengst is hoog of helemaal niets. Je verschaft je toegang tot de kluisruimte met de nodige middelen: Of alle drie tegelijk. Net voor opening, dan is de kluis vaak open. Maar het kan ook tijdens de openingstijden. De opbrengst kan hoog zijn. Maar er is altijd alarm dus ook hier komt de politie je achterna. Dus ook hier heb je geen garantie voor succes. Het blijft toch een soort Russisch Roulette.

Ik baan me een weg door de menigte. Even later zit ik met een zak patat op een ijskoud metalen bankje in de hal van Utrecht Centraal en bekijk de krioelende massa. De een op weg van A naar B om dozen in te pakken, de ander op weg van B naar A om diezelfde dozen weer uit te pakken. Of iets van dezelfde zinloosheid, stel ik me zo voor. Ik overdenk de zaak nog eens: Hoe ga ik dat nu   precies… Ik maak mijn gedachten niet af en de hap vette patat wordt uitgesteld.

Want plotseling wordt mijn aandacht getrokken door het Grenswisselkantoor recht tegenover me. Dan is het al donker. Altijd een voordeel voor de activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen, stel ik met een glimlach vast. Ik zie dat het personeel allemaal achter glas zit en ik heb zelfs zicht op de kluis in de hoek. Ik kijk nog eens goed. De deur staat zelfs een klein stukje open! Wat er in ligt is weliswaar niet te zien, maar toch. En als ik om me heen kijk, zie ik dat de stationshal eigenlijk ideaal is om te ontkomen.

Overal trappen en perrons. Kan ik zo in de mensenmassa verdwijnen of in een trein stappen. Maar hoe kom ik aan dat geld, vraag ik me af terwijl ik een hap neem. Ik kan natuurlijk gewoon het kogelwerende glas eruit blazen met explosieven. Net zoals die Eric Jan Q.

Hij ging er toch altijd met minimaal een halve ton vandoor weet ik uit de krantenberichten. Kan je zo naar de kluis lopen en inladen die sporttas. Ik eet rustig mijn patat verder op. De mensen om me heen zie ik niet meer. Om aan springstof te komen is niet zo moeilijk. Ik heb me altijd al bezig gehouden met explosieven.

Dat was een van de weinige redenen waarom die laboratorium-opleiding nog wel interessant was. Ik had ooit een hele verzameling underground literatuur en ordners vol informatie. Nog steeds jammer dat die ergens tussen een van de vele verhuizingen verloren zijn gegaan.

Maar aan de hand daarvan heb ik in de loop der jaren geleerd hoe ik zelf de meest uiteenlopende explosieven kan fabriceren. De primaire springstof voor het slagpijpje moet gesynthetiseerd worden: Als je weet wat je doet. Anders is dat het laatste wat je in je handen hebt gehad. De secundaire springlading is een kwestie van het bij elkaar mixen van de juiste bestanddelen: Eén mengsel heeft zelfs zaagsel als belangrijk bestanddeel.

Veel leuker kunnen we het niet maken. En veel eenvoudiger ook niet. Alleen hoeveel ik  er voor nodig heb zal ik nog even moeten uitzoeken. Maar dat is allemaal het probleem niet.

Een paar honderd gram detonerende springstof op een paar meter afstand is al een vrij beangstigende situatie, weet ik uit ervaring. Helemaal als je het niet verwacht en er ook nog allerlei glas in het rond gaat vliegen. Zou ik zelf aan de andere kant van dat glas durven zitten, schuilend achter een bureau…? Vandaag is de generale repetitie en loop ik alles nog een keer door, op de toekomstige Plaats Delict.

Niet in de laatste plaats om het levensecht te maken en te kunnen beoordelen of ik het wel aankan. Dit is het plan: Ik reis met de trein, aangekomen op het station zal ik via een tunnel aan het einde van het perron het station uitlopen, dan in een steeg ongezien de trainingsbroek en het zwarte jack uit de rugzak halen en over mijn kleren aantrekken.

Om even later met een rugzak vol geld weer naar buiten te lopen, direct de trap links naast het GWK te nemen naar perron 14 om daar een stukje verderop via weer een andere trap in de tunnel uit te komen die onder alle perrons doorloopt. Wat kan er nou nog mis gaan? Thuisgekomen ga ik op mijn klapstoeltje voor het raam zitten en kijk uit over het water. Ik heb het licht uit gelaten.

En het is stil. Zal ik het doen? Kan ik het aan? Dat zijn de gedachten die door mijn hoofd spoken. Veel te verliezen heb ik niet. Het is dit of terug naar een of ander kutmagazijn  of ellendige fabriekshal.

Maar ja, daar sukkel je vervolgens ook gewoon uitgeput en zappend voor de tv in slaap. Ik heb al eens een tijdje vastgezeten voor autodiefstal en joyriding. Althans in de bewoordingen van justitie. Voor mij was het gewoon een cursus autotechniek. Voor het regelen van een vluchtauto.

Niet dat ik er niet stiekem van genoten heb, dus een beetje joyriding was het eigenlijk wel. De live-cd met dat prachtige  nummer Radar Love  er op. In ieder geval, ik weet dus wel een beetje waar ik het over heb en wat de consequenties kunnen zijn.

Ik herinner me de lawaaiige Koepelgevangenis nog goed, toen ik daar midden in de zomer vastzat en het zo benauwd was op de bovenste ring. Je moest daar toen zelf je kleren nog wassen in een emmer water, douchen kon je één keer in de week, en er was maar één koelkast voor 50 man. Dus ik vraag me nog een keer af of ik het wel aan kan en of ik bereid ben de consequenties te aanvaarden. Ik stel me voor hoe ik me omkleed in het steegje en hoe ik het kantoor binnen loop.

En plots word ik overvallen door de zenuwen. Het is net alsof ik al in het GWK sta! Ook omdat ik weet dat als ik nu een beslissing neem er geen weg meer terug is. Want ik heb eerlijk gezegd al eens een keer eerder een poging gewaagd. Alleen is die faliekant mislukt, want ik werd met een overvalpakket afgescheept, iets wat de beslissing nu alleen maar moeilijker maakt. Maar als het besluit is genomen dan is het een kwestie van het draaiboek volgen.

Dan moet er wel een héle goede reden zijn om het af te blazen. En daarom voel ik de zenuwen nu ook zo heftig. Ik begin te ijsberen door de kamer. Rondlopen en plannen maken is makkelijk. Maar ze ook daadwerkelijk gaan uitvoeren is totaal iets anders, merk ik opnieuw. Nu ik ga beslissen of ik de stap echt ga zetten verandert alles weer graden. Toen ik de boel aan het verkennen was, betrapte ik mezelf al op een voorpretje bij de gedachte aan die tas met geld. Nu schreeuwt mijn hele lijf: Zo gemakkelijk het leek toen het nog fantasie was, zo moeilijk is het nu.

Sterker nog, elk slap excuus klinkt opeens heel plausibel. Maar ik ga het nu beslissen. Ik staar in het oneindige.

Ik stel het niet langer uit. Ik ga het doen! Een vreemd gevoel maakt zich van me meester. Het lijkt net of ik zojuist een revolver met één kogel in het draaiende magazijn tegen mijn hoofd heb gezet, wachtend  op het moment dat het magazijn tot stilstand is gekomen en ik de trekker zal moeten overhalen. De inzet ligt voor me op tafel. Niets meer te verliezen. Het lot bepaalt of de kogel al dan niet voor de loop tot stilstand komt.

Het doet me een beetje denken aan de tijd dat ik volledig naar de klote was. Niets had me nog uit gemaakt. Al was ik ter plekke dood neer gevallen. Ergens is het ook een lekker gevoel, merk ik. Het besluit is vorige week gevallen. Mijn lichaam en geest zijn zich blijven verzetten.

Kreeg nauwelijks een stroopwafel door mijn keel. En alles behalve dat ene leek onbelangrijk. Dreigend gevaar roept een reactie op: En ik heb al mijn wilskracht nodig gehad om niet te vluchten. Nu ben ik gespannen en gefocust. Ik ben er klaar voor. Vandaag wordt de trekker overgehaald. Ik ben per trein op de plek van bestemming aangekomen en heb me omgekleed in het steegje.

Maar het loopt natuurlijk nooit helemaal volgens plan. Dat verzin je toch niet?! Zal ik het riskeren? Zittend op het metalen bankje wacht ik geduldig tot de twee politie-agenten die in de rij staan aan te schuiven, vertrokken zijn. Als het agentenduo me voorbij gelopen is, kijk ik nog een keer om me heen of de kust veilig is, haal diep adem en loop naar het GWK.

De medewerkster kijkt geschrokken. Mijn eis dat ik geld wil hebben komt dus niet meer als een totale verrassing. Maar tot mijn grote verbazing schudt ze haar hoofd. Ik zeg nog een keer dat ze geld moet geven en richt mijn pistool op haar. Ik had verwacht dat ze alleen al bij het zien van het pistool aan mijn eis tegemoet zouden komen, zij het m et enige tegenzin. Al was het maar om het gevaar voor omstanders te beperken. Ze schudt nog resoluter nee en staat op om naar achteren te lopen.

Het staat me tegen om iemand nu het pistool op het hoofd te zetten en te schreeuwen: Opschieten anders schiet ik! Dat is het tweede punt waarop de werkelijkheid van het plan afwijkt. En niet het minste. Blijkbaar geven ze hier pas geld als je ook geweld tegen klanten gebruikt. In de stress glijdt ook nog de sjaal nog van mijn gezicht af. Dat zou me nog wel eens kunnen opbreken, schiet er door me heen. Maar ik heb geen tijd om er lang bij stil te staan.

Het maakt me ook niet meer uit. Dat komt toch een beetje door de het-is-nu-toch-te-laat- houding. Niet erg professioneel, maar goed. En nu wegwezen hier! De vlucht verloopt wel vlekkeloos. Want het had nog erger gekund natuurlijk. Het kan altijd erger. De opbrengst is dan wel geen Al heeft dat ongetwijfeld niet veel gescheeld. Totaal opgefokt en gestressed ben ik thuisgekomen. Je leven en je vrijheid op het spel zetten en dan met lege handen thuiskomen dat is uitermate kut. Ik zie dat mens nog nee schudden.

Ik had godverdomme gewoon een halve kilo springstof tegen het raam moeten plakken en de boel moeten opblazen! Kijken wie er dan nog nee schudt. En dan had ik hier niet met lege handen gezeten.

Het geweten zit me gewoon nog steeds in de weg… Drie dagen later sta ik weer voor het NS-loket om een kaartje te kopen. Want ik kan geen kant meer op, behalve doorgaan op de ingeslagen weg. Ik moet het magazijn gewoon nog een draai geven. Ik kijk of ik genoeg geld heb voor een retourtje. Tenminste, daar wil ik naar toe. Maar ik weet dat er onderweg van alles kan gebeuren.

Voor hetzelfde geld wordt het treinstel waar ik in zit afgekoppeld om definitief door te rijden naar die andere eindbestemming: Maar ik weet dat ik er toch niets over te zeggen heb. Vandaag komt dan toch het oorspronkelijke doelwit aan bod. In een steegje heb ik me ongezien in het pak gehesen en loop nu naar de ABN Amro twee straten verderop.

In het volle daglicht voel ik me toch vrij ongemakkelijk. Ik heb het gevoel dat iedereen aan mij kan zien wat ik van plan ben. Ik loop de straat door die uitkomt op het pleintje en sla rechtsaf. Dan schrik ik me de pleuris. Een paar meter voor me loopt een agent. Vrolijk fluitend loopt hij richting het bankgebouw. Halen ze een grap met me uit of hoe zit dat?!

Waar komen al die smerissen toch steeds vandaan? Met een beetje geluk loopt hij gewoon door. Maar dat hoeft geen slechte te zijn. De agent is de bank voorbij gelopen. Ik zal toch iets agressiever moeten zijn dan de vorige keer, sommeer ik mezelf en loop richting de ingang, nog één keer stiekem achterom kijkend of de agent niets in de gaten heeft.

Jullie vragen er zelf om! Maar veel moeite kost het me niet om mezelf te overtuigen, want ik ben nog steeds een beetje opgefokt van het fiasco een paar dagen terug. Ik haal nog een keer diep adem. De schuifdeuren wijken traag uiteen. Ik weet dat ik nu nog maar iets van 90 seconden heb. Dus ik loop meteen met getrokken pistool op een medewerkster af. Dat is voor haar ook wel duidelijk want ze drukt nog voor dat ik het goed en wel gezegd heb op de alarmknop onder de desk.

Een bank zonder geld. Of anders een erg blonde opmerking, want die geldwagen staat er toch niet voor niets, of wel? Maar dat schiet zo dus niet op. Toch wel sneu voor haar, schiet er even door me heen.

Al lijkt ze toch ook weer niet heel erg geschrokken. Ze heeft zwart krullend haar en een mooi gezicht. Ze lijkt een beetje op Femke Halsema. Zij heeft blijkbaar al wel geleerd dat het beter is om gewoon mee te werken. En na een korte aarzeling, alsof ze wacht op mijn goedkeuring, loopt ze naar de sluis die toegang geeft tot de kluisruimte.

Ik kan het niet nalaten een blik te werpen op haar mooie figuur. En heel even dreig ik afgeleid te worden. Wat een… Concentreer je godverdomme! We zijn aan het werk hier! Mijn god, wat is het druk deze morgen.

De eerste sluisdeur gaat open. En ik aarzel heel even of ik niet gewoon mee zal lopen. Maar zelfs Femke laten ze niet meteen binnen. En terwijl ik rustig sta te wachten op wat komen gaat, zie ik helemaal achterin de bank iemand uit een kantoortje tevoorschijn komen. Hij kijkt verbaasd rond. Er hangt een gespannen stilte. Dan ziet hij mij. En verdwijnt gehaast het kantoortje weer in. Een seconde later realiseer ik me dat hij waarschijnlijk op het stille alarm is afgekomen om met eigen ogen te zien of er echt een overval aan de gang is.

En nu belt hij met de politie. Nou goed, doet er ook niet toe. Ik ben toch zo weg hier. Hoeveel tijd heb ik nog? Hoelang ben ik al binnen?

Een halve minuut of zo? Tot mijn schrik zie ik vanuit mijn ooghoek ook nog de schuifdeuren open gaan. Een jongen en een meisje, ik schat ze allebei een jaar of twintig en type student, willen de bank binnen lopen.

Een klant zit te gebaren dat ze weg moeten gaan. Daar stopt íe mee als ik hem aankijk. Maar hij heeft ze aan het twijfelen gemaakt. Het is ze niet helemaal duidelijk wat er aan de hand is maar schoorvoetend maken ze rechtsomkeer. Ik kan ze natuurlijk met getrokken pistool de bank inslepen en roepen dat ze op de grond moeten gaan liggen en dat het een overval is en zo, maar dat is niet mijn stijl.

Dus ik laat ze maar gaan, ook met de gedachte dat het alleen maar extra verwarring geeft bij de eventuele agenten buiten. Ik loop naar het kasloket en begin nu toch wel wat haast te krijgen. Dus ik tik hard met mijn pistool op het glas. Dat is toch geen geld! Ik wil briefjes van hebben! Zie ik er soms uit als een junk die genoeg heeft aan wat wisselgeld voor het volgende shot?

Misschien is het de baard van een paar dagen. Even later geeft ze een paar van die mooie groene briefjes, bovenop een stapeltje ander geld. Ik stop het in mijn rugzak terwijl ik zeg: Hoeveel seconden heb ik nog?

Heb ik nog tijd? Dit gaat te lang te duren. Dus ik wacht niet langer tot ze terug is maar loop richting de schuifdeuren. En even is er de twijfel of ze wel open zullen gaan. Maar die twee konden ook zo naar binnen en naar buiten.

Als de deuren langzaam uiteen wijken stop ik het pistool in mijn rugzak en kijk nog een keer om. Zal ik ze bedanken? Ik wandel rustig de bank uit alsof er niets aan de hand is. Beseffende dat de politie niet ver kan zijn - zeker die ene niet - loop ik de straat uit. Ren een hoek om en wil de straat oversteken. Op hetzelfde moment zie ik vanuit een ooghoek een fietser recht op me af komen.

Ik blijf van schrik staan. Het meisje op de fiets remt uit alle macht, maar te laat. Het voorwiel knalt tegen mijn knie en zij schiet van het zadel, bijna over haar stuur heen.

Maar omdat me duidelijk de tijd ontbreekt me verder te verontschuldigen, ren ik half hinkend verder. Aangekomen in het steegje wissel ik binnen vijf seconden van kleding en stop alles in een plastic zak. Vlakbij hoor ik een auto met piepende banden optrekken.

Maar ik maak mezelf wijs dat me niets kan gebeuren. Kijken in mijn richting. En ze lijken te aarzelen. Net doen of er niets aan de hand is, sommeer ik mezelf. Dus ik kijk naar een straatnaambordje en doe net of ik niet weet welke kant ik op moet. Vervolgens loop ik vrolijk het busje met de agenten tegemoet.

Als ze dichtbij zijn werp ik ze nog een blik toe alsof ik ze de weg wil gaan vragen. Dat is duidelijk voldoende voor ze om t e besluiten om verder te rijden. Het leek heel even of ze dachten: Ja, dáár hebben we geen tijd voor!

Dat   scheelde niet veel. Maar dit kost me wel vijf jaar van mijn leven! Is het niet de gevangenisstraf dan is het wel van de stress.

Maar ik heb het gered! Ik juich van binnen terwijl ik zonder op of om te kijken verder richting het station loop. De trein komt langzaam en met piepende remmen tot stilstand in het station van Rotterdam Centraal. Door de luidspreker klinkt de conducteur: Eindpunt van deze trein.

Alle passagiers worden verzocht over of uit te stappen. En vergeet uw bagage niet. Thuisgekomen tel ik het geld. Drie keer is scheepsrecht, stel ik tevreden vast. Het is een redelijk groot bedrag voor me.

En briefjes van duizend heb ik nog nooit in mijn handen gehad. Maar ik ben dan ook niet meer gewend dan een bijstandsuitkering. Of dat schijntje waarmee ik ben afgescheept bij de AH. De beloning voor jezelf helemaal de tering werken. Net genoeg om een gordijn te kopen en de geiser te repareren. Daar is dit een jaarsalaris bij, stel ik grijnzend vast terwijl ik het papiergeld door mijn vingers laat glijden. En als ik de stapel geld opberg in een zijvak van mijn sporttas, bedenk ik dat ik dit eigenlijk al veel eerder had moeten doen.

Onderop ligt nog een tweedehands exemplaar van  Gehoorzaam als een hond van Richard Klinkhamer. Even later klinkt  The Road to Mandalay. Het volume gaat bijna voluit. Eindelijk weer iets om me mee te identificeren.

Wij houden een traditie hoog: Je tong draait rondjes met de mijne. Ik streel jouw haren. Ik neem jouw tepel tussen mijn vingers. Draai jouw knop op radio Kongo. Jouw negertietjes floepen uit je pyjama. Ik streel jouw rug, jouw buik, je schaamharen. Wildebeesten, het gedraaf van wildebeesten. De stilte op straat. Mijn staaf drukt tegen jouw satijnen putjes. Ik hoor mezelf kreunen. Geil geil gaat het door mijn hoofd.

Maar het is een beetje koud. Het is koud en het licht is flets en we zijn net in bed beland en daarvoor hebben wij televisie gekeken. Daar denk ik aan. Aan hoe we samen tv keken. Nee, ik denk er niet aan Maar ik kan niet anders. De beelden, de beelden, ze blijven in mijn hoofd hangen als vleermuizen in een grot. Nee, het zijn boomerangs.

Te veel gegeten, te veel gedronken; weekend weet je wel? Je wacht een tijdje. Je trekt me naar boven. Je spreidt je benen. Je wilt me nu. Hard en snel, zoals in Turks Fruit, de film uit onze glorietijd. Ik laat het afweten. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Tot de boomerang weer opduikt. Onze stemmen klinken als etherische olie. Wolkjes die net onder het plafond oplossen. In de kamer is het donker. Ik val in slaap. De volgende ochtend word ik alleen wakker.

Ben jij al opgestaan? Ik haast me naar beneden. Je zit aan de ontbijttafel. Je leest de krant. Je haar is helemaal in de war.

In je ogen gaat het verdriet van de wereld schuil maar je ziet er goed uit, vind ik, verdriet verdraag je goed. Ik ga dicht bij jou staan. Ik zeg niet eens gedag. Je pyjama van satijn. Je rug van satijn. Jij zit op een stoel. Je neemt hem in de mond.

Je mond voelt als een oven aan maar dan erg nat en zompig en moerastrekkerig en slettezuigend prettig. Ik kijk in de tuin terwijl je mij langzaam begint te pijpen. Ik zie hoe een pimpelmeesje in ons vogelkastje vliegt. Het is vol leven en ik ook, ik ook! Ik verstijf als snelbeton in een mal. Ik ben nu groot en paars en je steekt zomaar je wijsvinger in mijn anus. Net als het meesje uit ons kastje vliegt, spuit ik jouw pruilmondje vol zaadjes. Je kijkt schalks naar me op. Terwijl ik nadruip drink je je koffie, voor ie koud wordt.

Koffie wordt ook troost genoemd. We hebben nog steeds niets gezegd. Ik kan ook spelen, hoor. Het enige waar jij aan denkt is seks.

Allebei moeten we heel, heel hard lachen. Het is maar te hopen dat het vochtverlies deze keer binnen de perken blijft. Ik kan het weten want ik ben GDB. Ieder vogeltje rookt al naar gelang hoe of dat het pijpje in zijn snaveltje steekt. Dus gaat u gewoon op de bekende voet verder.

Seks beschrijven zoals GDB dat doet… je moet erbij geweest zijn. Wat mij in dit verhaal van GDB trekt is het zgn. Dit kan elke man overkomen. Maar ook elke vrouw. Maar ja, ik zit hier met een labrador die Puk heet. Je kan niet alles hebben.

Het heeft iets magisch, het tilt je op en maakt je triest tegelijk…. En ik wil graag meer Mirca. Melancholie om een fles bij stuk te slaan. En het gaat natuurlijk weer om de hand van een vrouw. Het is ook altijd wat met die wijven.. En niemand wist het zeker. En orgie ho maar. Dus dat doe ik ook niet meer. De volgende keer toch maar weer gewoon redtube. Anders hebben we die kussens ook voor niks gekocht. Ik ben gek op rolstoelen.

Lekkerlangprikkelendzoetstrelendezuigverhalen…en nog een Happy Ending tot besluit… Hulde! Geen puntje Rinse Appelstroop of een snelle lik Kruisbessen Marmelade? Tik even '69' hiernaast: Vage opgedroogde veegklodderstrepen op de dikke zware afstandsbediening die het allang niet meer doet.

Bolle schermen versterken de aplastische rondingen. Antennes nog met coax en zaad in een sok, geurend naar kamille gemengd met nat speculaas. En dat is nu exact wat ik zocht! Soms zoek je iets, en kan je het niet vinden. Ik zoek iets om mijn Nederlandse woordenschat in te verwerken. En dan zoek je, en zoek je, en dan VIND je!

Soms zoek je iets anders. En dan vind je het niet. Mannen, of vrouwen, pennen, papier, boeken, bekers of boodschappen, je vind het soms niet.

Maar nu heb ik het gevonden! Groetjes Lieke" Lieke , Zelf een column schrijven "Daarom is bicat een lichtje, een vuurtoren voor de verloren lopende dolenden. Want dat er velen op de dool. Een gevolg van zich onbestemd, zonder nuttig doel, afgevlakt en weinig bijzonder voelen maar misschien nog meer eengevolg van het vluchten voor deze zelfrealisatie, deze pijn van een ziel zonder importantie niet te hoeven voelen.

En daar compensatie middelen voor zoeken en aangboden krijgen. Drugs, sex met dieren, sex met kinderen die geen leeftijd meer nodig schijnen te hebben, autorijden, schoeisel, weblogs, gangbangs, sport, wat al niet. Als het maar lijkt dat je vooral bezig bent. Al is het nietszeggend en immoreel, al is het bellenblazen met je mond dicht of een kraak zetten en minister zijn.

En dan is er bicat.. Een baken van troost, een zwoele geur vlak voor het slapen gaan, een enorme uitzinnige stapel draadjesvlees met dampende jus, een romance achter het frietkot, scooters en mobieltjes, vogels die hun eigen lied zingen, de eigen partituur kennen en geen regisseur of dirigent nodig hebben, de horror en thrill. Dat wat onbewust en ondergronds en ook van het leven zelf is.

En niet wordt voorgeschreven door de krant, de tv, radio, politiek, banken en verzekeraars, speculanten die denken met 'de echte waarheid' om te gaan. Nee, ik ben geen echt schrijver maar wel groot fan van het schaarse bicat talent.

De flarden teksten vol schrijffouten en loze beweringen, getuigen van weinig historisch besef maar vooral een respectloze attitude jegens miljoenen slachtoffers. Vandaar mijn bijdrage met het verzoek de richtlijnen als opgesteld in de bijlage te respecteren en in acht te nemen.

De woorden vertalen zich moeiteloos in zielsetsende beelden. Er zijn namelijk nog al wat mensen die dit niet lollig vinden. Diverse klaag e-mails over gehad. Mag ik u er op attenderen dat het hier om Kinderporno gaat en de wetgever daar meer dan 4 jaar gevangenisstraf op heeft gezet. Ik ga ervan uit dat het om een misvertstand gaat, als moderator.



masturberende kutjes geil schatje

.


Klussen in ruil voor sex thuisontvangst hellevoetsluis

  • De verjaardagen en zo.
  • Shemale online dating oma met grote schaamlippen
  • We zijn aan het werk hier! En plots word ik overvallen door de zenuwen.

Oma heeft een natte kut sex maatje gezocht


Een uur of half twaalf? Maar tijd zat in ieder geval. Ik rek me eens goed uit. Wat ik vandaag wel moet doen is op zoek gaan naar een uitzendbureau, bedenk ik. Want het leven is duur en het geld ligt nog steeds niet voor het oprapen. Na een lauwe douche en een ontbijt van twee stroopwafels en een paar flinke slokken sinaasappelsap zo uit het pak, ben ik er klaar voor.

Als ik de trap af loop en de vegen op mijn vale zwarte spijkerbroek ontdek, schiet me te binnen dat ik ook nog een wasserette moet zien te vinden hier in de buurt. Nadat de deur met een knal achter me in het slot is gevallen, loop ik de kou in. Onderweg naar het metrostation, bij het zien van de overgebleven vuurwerkresten van afgelopen zondag, vraag ik me af wat al die m ensen toch te vieren hebben gehad, deze eerste jaarwisseling in het nieuwe millenium, en of ze nou werkelijk denken dat dit jaar zoveel beter zal worden.

Het antwoord op die vraag krijg ik als ik in de metro op weg naar het centrum al die chagrijnige koppen om me heen bekijk. Nee jongens, het wordt alleen maar erger, denk ik bij mezelf terwijl ik de roltrap op loop. Op zoek naar een uitzendbureau om me aan te bieden als loonslaaf. Wie had dat ooit gedacht? Ik in ieder geval niet.

Nooit durven denken dat het zover zou komen dat ik mijn tijd en energie ter beschikking moet stellen aan een of andere fabrieksdirecteur in ruil voor een dak boven mijn hoofd en wat brood op de plank. En niet te vergeten een gordijn voor het raam. Nog een geluk dat ik op één hoog woon, verzucht ik. Na een half uur ben ik al bij een stuk of vier uitzendbureaus  binnen geweest en net zo snel weer op straat gezet.

Ik ben erachter gekomen dat het nog niet zo gemakkelijk is om in die kaartenbakken terecht te komen. We kunnen u op dit moment niet van dienst zijn. Er zijn geen vacatures beschikbaar.

Probeer het over een paar maanden nog eens zou ik zeggen. Uiteindelijk vind ik op de Lijnbaan vlakbij het grote ABN-kantoor toch nog een uitzendbureau waar ik me in ieder geval kan laten inschrijven. Al vergt dat nog wel het nodige papierwerk: Ik probeer me eruit te redden met: Het blonde studentikoze meisje met de mooie ogen gunt me het voordeel van de twijfel. Maar voor wat hoort wat blijkbaar, want ze polst hoe werkwillig ik dan ben. En een lange reistijd? Er wordt godverdomme een enthousiasme verlangd alsof ze een vacature voor me hebben bij de Raad van Commissarissen van Philips, inclusief auto met chauffeur, villa in Wassenaar en een topsalaris aangevuld met bonussen en optieregelingen.

En niet te vergeten een gouden handdruk voor als je genoeg bij elkaar gegraaid hebt en je liever aan de rand van het zwembad in je achtertuin wilt blijven liggen, of nippend aan de Champagne op je jacht in de haven van Marbella.

Ik kijk haar eens aan. Zijn jullie hier nou helemaal gek geworden?! Ik vind het al een vernedering om me te moeten aanbieden als loonslaaf, dus dit bevalt me helemaal niet. Je verwacht toch ook geen glimlach en een bedankje van een ter dood veroordeelde waarvan net armen en hoofd zijn vastgegespt aan de elektrische stoel?!

Want zo voelt het wel. Ik heb die kutbaan gewoon nodig om de huur van mijn kut-appartement te kunnen betalen en al die andere rekeningen! Ik moet me beheersen om het niet hardop te zeggen. Nadat ik weer op straat sta, kijk ik nog een keer achterom om te zien of er niet toch toevallig  Arbeit macht frei  in felle neonletters boven de gevel flikkert.

Om niet aan de bedelstaf te raken zal ik dus genoegen moeten nemen met een van die slecht betaalde klotebaantjes, realiseer ik me als ik richting metrostation  Beurs loop. Ergens in een lawaaiige fabriekshal in het kille tl-licht mijn leven slijten aan de lopende band. En dat voor de rest van je leven. Tot je kaal en impotent bent. Dan mag je met pensioen. Heel mijn leven lang ben ik overtuigd antikapitalist geweest.

Anarchist om precies te zijn. En nu is het nog maar een kwestie van tijd voordat ik zelf gedegradeerd en gereduceerd wordt tot een  verlengstuk van een machine, onderdeel van het productieproces, c ode in de computer.

Met als enige doel de decadente consumptiemaatschappij draaiende te houden. Ik zie dat de metro richting Coolhaven net aan komt gereden, pak snel mijn strippenkaart en stempel af. Thuisgekomen ga ik op zoek naar het huurcontract en een paar bankafschriften.

Tot mijn grote verrassing vind ik in een van de zijvakken van de sporttas ook nog een stapeltje oude papieren en een cd-tje. Het cd-tje van  Chumbawamba verdwijnt in de speler en ik druk op Play. En zittend op het klapstoeltje, lees i k: De strijd is gestreden.

Het is allemaal verspilde moeite geweest. Alles wat ik gedaan, gedacht, gedroomd, gehoopt en gevoeld heb is zinloos geworden, weg… Mijn gedachten dwalen af. Terug in de tijd. Een ander leven zelfs. Een leven dat na Het Verraad eindigde met het dronken, doelloos door verlaten straten dolen. Niet meer wetend wat voor of achter is. Geen verleden, geen toekomst. En het ellendige lege heden leek eeuwen te duren.

Ik weet niets meer. En ik wil niets meer. Mijn ziel is in duizend stukjes uiteen gevallen en ze zijn in de wind verdwenen. Vermoord… Ik was volledig naar de klote dus. En reken er maar niet op dat als het slecht met je gaat, mensen je te hulp schieten.

Op een of andere manier ben je een welkome pispaal. En dat betekent dus: Ik herinner me ook nog dat ik toendertijd eindeloos en wezenloos voor me uit heb zitten staren.

En op de vraag die incidenteel voorbij kwam: Ik weet niet precies wat het is en of het ooit nog terugkomt. Er is een leegte, de verbanden zijn weg. Muziek, films, geuren, kleuren, geluiden: En alles hangt met elkaar samen. Maar er zijn geen associaties meer en de samenhang is verdwenen. Muziek gaat het ene oor in, het andere uit. Zonder ook maar iets teweeg te brengen.

Ik hoor het eigenlijk niet meer. En zo gaat het met alles. Er is niets dat me nog raakt, niets dat me iets doet. De wereld heeft geen vat meer op me. Het lijkt wel of ik niet langer in deze wereld ben. Mijn hoofd is als een gat waar de wind doorheen waait. Deze onverwachte confrontatie  met het verleden roept nu eigenlijk alleen nog maar vage herinneringen op die niet langer van mij lijken.

Het is alsof het over iemand anders gaat. Nu pas hoor ik de cd. Terwijl ik weet dat die vrolijke klanken me ooit door een gevangenisstraf gesleept hebben. En het laatste stukje vergeelde papier lijkt wel een persverklaring.

En het komt me allemaal net iets te bekend voor. Ik heb het toch niet zelf ooit geschreven?! Ach, ik wil er ook niet meer aan denken. Het is allemaal voorbij en allemaal voor niets geweest. Parels voor de zwijnen. De mens is gewoon niet voor rede vatbaar. Je kunt net zo goed een hond een piano cadeau doen. Ik sta op, pak de papieren bij elkaar en gooi ze in de plastic tas van Mediamarkt die in de hoek ligt en dienst doet als vuilniszak.

Choose washing machines, cars, compact disc players, electrical tinopeners […] Choose sitting on that couch watching mindnumbing, spirit crushing gameshows, stuffing junkfood into your mouth.

Dat mijn laatste dagen in vrijheid waren geteld wist ik toen ik vorige week het uitzendbureau uitliep. En als iemand die weet dat hij nog maar kort te leven heeft, genoot ik extra van de dagen die volgden.

Al waren ze grijs en koud. Maar deze donderdag is het definitief voorbij. Ik heb ze een half uur geleden gebeld met de vraag of ze toevallig al iets voor me hadden.

En tot mijn grote schrik hoorde ik ze zeggen: Dat moet wel een echte kutbaan zijn dat ik er zo snel voor in aanmerking kom! Dat zei ik niet natuurlijk: Ik had het maar gezegd om iets van enthousiasme te laten blijken.

Er was toch geen eer meer aan te behalen. Lopend op weg naar het uitzendbureau heb ik eerst nog even een plastic tas met was afgegeven bij een wasserette op de Nieuwe Binnenweg, waar ik met gebarentaal duidelijk moest maken wat nou precies de bedoeling was aan die - illegale?

Maar dat deed ik uiteindelijk toch maar niet. Nu zit ik weer tegenover het Tempoteam-meisje en ben benieuwd welke verrassing ze voor mij in petto heeft. In een distributiecentrum van de Albert Heijn, ergens op een afgelegen industrieterrein. Ik kreeg zelfs een brochure mee over dat fantastische bedrijf dat me de mogelijkheid biedt eindelijk als volwaardig lid van de samenleving te functioneren. En die werd me uitgereikt alsof het om de hoofdprijs uit de staatsloterij ging.

Maar dat kon ik toch echt niet opbrengen. Midden in de nacht opstaan. Met de metro van Coolhaven naar Blaak. Daar op de trein stappen naar Delft. Dan kleumend van de kou wachten tot ze met een busje komen voorrijden.

Daarna samengepropt met andere pechvogels in het busje met de beslagen ramen stil voor je uit zitten staren tot ze je voor de deur afzetten.

Dan met je pasje door de elektronische poortjes. En dan de hele dag met je karretje in die immense hal de bestellingen uit de schappen halen. Om vervolgens aan het eind van de dag dezelfde weg in omgekeerde volgorde afleggen. Je krijgt het daglicht niet eens meer te zien. Ik ben nu zelf weer eens met de neus op de feiten gedrukt. Het is een stoomcursus Kapitalisme voor Beginners. Niet dat ik zonodig een praktijkvoorbeeld nodig heb, maar goed. Ik werk me de tering in het magazijn van Albert Heijn, voor drie keer niks.

Het schijntje waarmee ik zelf ben afgescheept staat nog geen dag op mijn rekening of het moet alweer overgemaakt worden naar de huisbaas. En dan moet het gas en licht er nog vanaf. En wat overblijft verdwijnt naar… de heer Albert Heijn! Want na gedane arbeid, op weg naar mijn lege appartement met het klapstoeltje, de slaapzak en het cd-tje dat me niets meer doet, moet ik nog boodschappen doen. Een mens moet eten nietwaar? In het metrostation Beurs waar ik moet overstappen zit een kleine supermarkt.

Die lacht zich toch dood aan de rand van zijn zwembad of waar hij zich ook moge bevinden? Als hij nu ook nog belegd had in onroerend goed dan was de huur ook nog voor hem geweest. De rijken worden slapend rijk en ik werk me helemaal de tering voor drie keer niks. Ik ben toch niet gek?! Maar omdat ik geen enkele keus heb zit ik toch elke maandagmorgen weer in dat busje op weg naar dat industrieterrein.

En ondanks mijn afkeer doe ik mijn werk goed. Ik hou me op de achtergrond en werk flink door. Dan lijkt de tijd ook sneller te gaan. En in de pauze heb ik het gevreesde geleuter aan moeten horen. Ze willen allemaal die stoere snelle wagen met al die technische snufjes die er tegenwoordig bij schijnen te horen, van automatische ruitenwissers voor de  koplampen tot voorverwarmde stoelen. Al die idiote dingen die je terugvindt in de auto van Albert. En ze moeten natuurlijk ook de breedste breedbeeldtv, de snelste computer, de  modernste hifi-toren, de hipste gsm en de grootste inbouwkeuken.

En het liefst allemaal vandaag nog. Dan zijn hun dromen uitgekomen. En daar gaan jullie je hele leven lang voor in de fabriek staan?! Zijn  jullie wel goed bij je hoofd?! Ik knik naar een collega die me aankijkt alsof ik die vraag hardop gesteld heb. Net een hond die zijn eigen staart probeert te vangen. Want ze zijn stuk voor stuk gaan geloven dat ze het allemaal nodig hebben om gelukkig te worden. En je kunt ze alles wijsmaken en verkopen. Er is niet veel voor nodig om ze allemaal in een keer hun ballen te laten scheren en rond te laten lopen in die rare kuitbroeken en enkelsokjes.

Of wat dan ook. Al zolang aan het werk dat ik mijn eigen naam niet eens meer weet. Ik slurp voorzichtig van mijn hete koffie en het geneuzel gaat gelukkig grotendeels aan me voorbij. Ik zit wat de lege hal in te staren wanneer ik, tot mijn grote schrik, plots bij het gesprek betrokken wordt, waarschijnlijk om me wat beter te kunnen plaatsen.

Gejat bij het Centraal Station na een avondje stappen in Amsterdam en geen geld meer voor een taxi. De grap wordt niet meteen begrepen. En het sarcasme al helemaal niet. Doet er ook niet toe. Ik hoef allang niet meer begrepen te worden. Om de harde scheet die wordt gelaten wordt wel gelachen.

Gelukkig maar, anders zou ik de sfeer nog verpest hebben ook. In Papoea Nieuw Guinea zouden jullie allemaal met niet meer dan peniskokers en rieten rokjes rond het kampvuur huppelen en net zo gelukkig zijn, maar dat realiseren jullie je natuurlijk niet, denk ik bij mezelf terwijl ik me weer omdraai. Als ik er nu over zou beginnen, zouden ze me aankijken alsof ik van een andere planeet kom. Dat weet ik uit ervaring. Dus dat d oen we maar niet meer.

Ze zijn te dom om hun eigen domheid te zien. Net een hond die zijn eigen spiegelbeeld niet eens herkent. En diegenen die wel intelligent genoeg zijn om in te zien dat het feitelijk allemaal bullshit is, zijn dan toch weer zo karakterloos om gewoon mee te doen.

Niet nadenken maar meedoen, is het motto. Doe wat iedereen doet. Doe wat er van je verwacht wordt. Als ook het voetbal de revue gepasseerd is, wordt het volgende onderwerp aangesneden.

Die zou ik wel eens hard achterlangs willen nemen op de plee. Die heeft geeneens tieten en een reet als een bouwkeet. Kut is kut en in het donker maakt het al helemaal niets uit. En ik zei niet voor niets achterlangs! Opeens doet iedereen mee. Dat hoeft ze toch niet te weten? Vreemdgaan is net als masturberen maar dan met een vrouwenlichaam. Het onderwerp is eindeloos en het vocabulaire stuitend. Zouden ze thuis ook zo praten?

Of zouden ze daar hun ranzige gedachten camoufleren met: Ze zijn zelfs de porno gaan geloven… Ik bekijk de koppen om heen, neem de laatste slok koffie en vraag me af hoe het toch in godsnaam mogelijk is dat zoiets aan een vriendin komt.

Om me vervolgens af te vragen: En wat de fuck doe ik hier eigenlijk?! Want ik voel me net alsof ik van een andere planeet kom. Omdat het me begint te vervelen en we zodadelijk weer moeten beginnen, sta ik op en loop zo onopvallend mogelijk de kantine uit.

Toch blijft dat niet onopgemerkt. Dat ik niet deelneem aan de gesprekken wordt over het algemeen nog wel getolereerd, als ik af en toe maar een keer glimlach om de domme opmerkingen en grappen, maar dit wordt als een soort verraad gezien. Ik ben dus een loser. En weet je wat? Ik geef ze gelijk dit keer.

Ik ben een loser, maar niet om de reden die zij daar voor geven. Ik voel me een verliezer gewoon omdat ik hier in dit kutmagazijn aan het werk ben. Alles waar die gasten van dromen had ik kunnen hebben. Een goedbetaalde baan, een nieuwe Audi, Mercedes of BMW in de carport naast mijn mooie nieuwbouwhuis ergens in een Vinex-wijk, een banksaldo om mijn vriendin tevreden te stellen en de buren jaloers te maken, een paar keer op vakantie per jaar naar een zonnig oord ergens op de aardbol, misschien nog wel ergens een boot in een jachthaven.

Ik had het allemaal kunnen hebben. Niets is makkelijker dan doen wat de rest doet. Ik loop de toiletruimte in, open de wc-deur, zet de bril omhoog en rits mijn broek los. Mijn ouders hebben er ook alles aan gedaan om me een goede start te geven. Mijn moeder zat altijd klaar met een kopje thee en een koekje als ik tussen de middag uit school kwam. Ze hebben er ook voor gezorgd dat ik kon gaan studeren.

En ze betaalden bovendien de contributie van de voetbalclub, de gitaarles en de rijschool. En nog veel meer. Na mijn vwo-opleiding ben ik naar de Hogere Laboratorium School gegaan, terwijl de rest economie ging studeren of handelswetenschappen of zoiets.

Het yuppiedom vierde hoogtij. Carrière maken, snel veel geld verdienen, daar ging het om. De straal spettert op het porselein. Maar mijn keuze was níet in het kader van de carrièreplanning. De belangrijkste motivatie was het ontlopen van de dienstplicht. Ik zag mezelf nog niet al die stompzinnige bevelen opvolgen. Ik ben tenslotte geen hond.

Niet dat het me iets interesseerde, maar goed. Bedrijven stonden klaar aan de poort om mensen in dienst te nemen. De sleutel van het nieuwbouwhuis en de BMW al in hun handen, bij wijze van spreken.

Maar toch maar niet. Ik ben altijd al mijn eigen weg gegaan. En ik heb ook toen geen seconde getwijfeld. De hele maatschappij stond me niet aan: Allemaal ten koste van de rest van de wereld. Ik vond het op de middelbare school al belachelijk om met je dure nieuwe gympies of opgevoerde brommer indruk proberen te maken. Ik deed niet mee. Ik rits mijn broek dicht, trek door en bekijk de gebruikelijke teksten op de wc-muur: Ben je geil bel Anita, Johnny is homo!

Omdat al die kankerlijers hier zijn! Ik pak een viltstift uit mijn broekzak, en op een lege plek tussen de puberale teksten en tekeningen, kalk ik: We zijn de slaven van de heer Albert Heijn. Waar was ik ook alweer gebleven? Het besluit om de dolgedraaide consumptiemaatschappij definitief de rug toe te keren had nog wel de nodige consequenties: De lijst was eindeloos en compromisloos. Marcuse had het De Grote Weigering genoemd. Volgens de filosoof was het een moeilijke beslissing en zou je een hoge prijs betalen.

De prijs die ik moest betalen voor die zelfgekozen politiek correcte leefstijl was ondermeer dat ik in mijn eentje tegen de stroom in moest. Ik zie mezelf nog staan met mijn versleten merkloze spijkerbroek en afgetrapte gympies.

Op een gegeven moment vatte ik het maar op als een geuzennaam, als bevestiging dat ik buiten de maatschappij stond. Voor de rest was de wereld e en groot pretpark. Die hebben het ongetwijfeld over geld. En worden daar dan weer geil van. Mijn moeder waarschuwde me al: Want wat zullen de buren er wel niet van zeggen, nietwaar? Sommige mensen zijn daar erg gevoelig voor. Maar ik kan niet anders, ik moet dit doen. Volg je hart en je geweten. Op een gegeven moment ging het verzet zelfs nog een stapje verder, tot en met acties met persverklaringen aan toe dus.

Nu noem ik het liever De Grote Vergissing, maar van die hoge prijs heeft Marcuse gelijk gehad en mijn moeder ook. Al dat wereldleed op je schouders, al die principes, al die verplichtingen. Ik ben godverdomme mijn eígen dictator geweest!

Hoe ironisch wil je het hebben?! En nu ik ook de idealen kwijt ben, is het enige dat ik er aan over heb gehouden: Jaren die nu ook voor mij zwarte bladzijden zijn. Het heeft me tenslotte hier gebracht, in dit ellendige magazijn en met niet meer dan een leeg appartementje in een stad waar ik niemand ken. En waar niemand mij kent. Volg je hart en je geweten… Tja. Maar dit hier gaat niet lang meer duren, praat ik mezelf moed in. Dit is slechts een noodoplossing.

Ik loop de trap af naar de werkvloer en neem me voor nog wat meer tijd en geld te stoppen in mijn project. Want ik ga toch echt niet voor de rest van mijn leven in dit magazijn werken. Of welk magazijn dan ook. De zoemer zal zo wel gaan, gok ik. En slenterend in de stilte tussen de hoge stellages dwalen mijn gedachten af naar afgelopen zaterdag. Ik heb een meisje gezien. Een heel mooi meisje. Een heel bijzonder meisje. Ze heeft een gevoel losgemaakt waar ik niet goed mee overweg kan.

But the fact is, even with the basics I was still unhappy, I mean, I never really saw the point in busting my ass all my life just to pay the rent and buy food. Ik woon nu inmiddels een paar maanden in de-stad-waar- niemand-me-kent en langzaam is er weer iets van leven in me terug gekomen. Ik voel af en toe weer iets. De afkeer van de maatschappij is eigenlijk alleen maar groter geworden.

Ook de vrienden die van het ene moment op het andere in vijanden zijn veranderd kunnen rekenen op mijn haat. Er is een tijd geweest dat ik terug verlangde naar de pijn. Want je kunt beter iets voelen, dan helemaal niets meer. Zolang je pijn voelt weet je tenminste dat je leeft.

Maar dit is veel beter. Vooral als het het enige is dat je nog hebt. Ik pak een krat cola. Dit gaat zo niet langer. Ik heb er al dagen last van, maar nu gaat het echt niet meer. De oorzaak is wel duidelijk. Dat is de combinatie van de hele dag dezelfde beweging en het gewicht van de kratten frisdrank en dozen vol ingeblikte groente die ik op mijn karretje moet laden.

Zeker de uitzendkrachten niet. En daarbij heb ik dus mijn elleboog geforceerd. Als eindelijk de verlossende zoemer klinkt, loop ik naar het kantoortje met uitzicht over dat verrekte Albert Heijn magazijn. Ik moet sowieso mijn werkbriefje ophalen en zal meteen doorgeven dat ik volgende week n iet kan komen.

En iets van minachting ook. Dan kan ik toch zeker wel een week overslaan? Hij is duidelijk aan het oefenen om de baas te leren spelen. Ze moeten bewijzen hebben dus.

Ik zie daar het nut niet zo van in. Het is gewoon overbelast, een weekje rust zal wonderen doen, dat zal de huisarts ongetwijf eld ook zeggen. Ik heb er gewoon te lang mee door gewerkt dan goed voor me is. Ik heb de week netjes vol gemaakt omdat ik me nu eenmaal altijd aan mijn afspraken hou.

De boel belazeren is niet echt mijn stijl. Wat je doet moet je goed doen, vind ik. Dat geldt ook voor werken. Dus ze moeten niet zeuren. Ik heb er het geld niet voor. Niet voor over ook, eigenlijk. Ach, het zal wel loslopen, gok ik, als ik richting de uitgang met de detectiepoortjes loop. Als ik een week later bel dat ik weer kan beginnen krijg ik tot mijn grote verrassing en verbijstering te horen dat ik niet meer hoef te komen.

Ik denk nog even dat ik het niet goed verstaan heb. Langzaam dringt het tot me door. En de aanvankelijke verbazing slaat om in woede. Ik kan me nog maar net beheersen en zeg dat ik het schandalig vind.

En ik sluit af met de woorden: Maar dit geeft me net het zetje dat ik nodig heb om het ook daadwerkelijk te gaan uitvoeren. In de bibliotheek vlakbij metrostation Blaak waar ik in mijn vrije tijd wel vaker een krantje ga lezen, ga ik meteen op zoek naar de Quote Om inspiratie op te doen. Ik ga het geld godverdomme gewoon halen waar het zit.

Een andere bezoeker kijkt even boven zijn krantje uit om te zien waar die verstomde kreet vandaan kwam. En kom er achter dat er in Nederland meer dan  honderdduizend miljonairs zijn. Die dus allemaal de helft van de tijd ergens in het zonnige zuiden ontspannen aan de rand van een zwembad hangen, stel ik me zo voor, met een sigaar in de ene hand, een glas whisky in de andere en een blondine binnen handbereik.

Misschien wel twee blondines. Net wat je wilt. En ik zeker voor de rest van mijn leven debiel worden ergens aan de lopende band hier in dit kankerland?! Als dat rechtvaardig is, ken ik er nog wel een paar. Ik neem nog een slok van mijn warme chocomel uit de automaat en neem de lijst met de  vijfhonderd apen met de meeste bananen nog een keer door.

Albert en de rest van de familie hebben ook allemaal een leuke positie veroverd, zie ik. Aardig wat centjes bij elkaar gestolen. Gestolen ja, want al dat geld van al die miljonairs is natuurlijk wel altijd vergaard over de rug van iemand anders.

In het geval van Albert ook over mijn rug. Want hoe je het ook wendt of keert, ze zijn rijk geworden door anderen voor zich te laten werken. De rijken worden rijker en de armen blijven arm. Les 1 van de cursus  Kapitalisme voor Beginners.

En de ironie wil dat de loonslaven van tegenwoordig niet eens meer doorhebben dat ze slaven zijn. Je laat ze gewoon een hypotheek afsluiten en ze staan l evenslang in de fabriek. Geef ze ook nog voetbal, bier en tieten en je hoort ze helemaal niet meer. En denken daarmee slim te zijn. Maar dat is toch zoiets als van een dief je eigen spullen terug kopen Les 2 van de cursus: En Albert en consorten lachen zich dood: En ik herinner me plots dat die een tijdje terug nog voor de rechter moest verschijnen voor de handel in aandelen met voorkennis.

Want het is voor de rijken natuurlijk nooit genoeg. Ze willen altijd meer. Of in ieder geval meer dan de buurman. Dus vaker wel dan niet wordt die gemakkelijk verkregen rijkdom verder aangevuld door list en bedrog. Van creatief boekhouden tot regelrechte belastingontduiking.

Of handel in aandelen met voorkennis dus. Het zijn gewoon allemaal halve of hele witteboordencriminelen, concludeer ik. Moet ook wel natuurlijk, de top van de apenrots bereik je niet door aardig te zijn. Je kunt het vaak zelfs al zien aan de blik in hun ogen: Het lijkt net of ze door je heen kijken.

Dat doen ze ook want ze zien niet jou, maar ze zien geld. In de gevangenis ben ik dat soort types ook tegengekomen. Vol complimentjes en mooie verhalen alsof ze je beste vriend zijn, maar ondertussen pupillen als speldenknoppen: Een vriend is waar je aan verdient. En hoe groter de criminelen zijn, hoe meer ze lijken op zakenmensen heb ik geleerd. Ik staar door het raam naar buiten over het lege marktplein, en in de verte zie ik het ABN Amro gebouw. De mannen in de krijtstreeppakken met de Rolexen en de gouden manchetknopen, dáár moet je voor oppassen.

En behalve dat die vorm van criminaliteit erg lucratief is, is ook de pakkans zeer gering. En als ze al gepakt worden, ontspringen ze op een of andere manier toch altijd de dans. Of anders krijgen ze een boete die ze gelijk lachend contant afrekenen als ze de rechtbank   uitlopen. Gewoon omdat de rechter in een goede bui is.

Waarschijnlijk ook door een envelop met geld of een handige beleggingstip. Net zoals bij de buurman van Albert dus. Maar goed, iedereen is te koop natuurlijk. Met genoeg geld zet je de hele wereld naar je hand. De top van de apenrots heeft het gewoon voor het zeggen. Het is ons-kent-ons en wie betaalt, bepaalt. Staat en Kapitaal zijn twee handen op een buik. Les 3 van de cursus. Mijn besluit staat vast nu.

Veel gewetensbezwaren kan ik niet verzinnen. Zolang de welvaart niet eerlijk verdeeld is, zie ik niet in waarom ik me netjes aan de regels zal houden.

Als ik de keus had zou ik ook handelen in aandelen met voorkennis, denk ik bij mezelf terwijl ik een kopietje maak. Geen geweld, geen pistolen. G ewoon een telefoontje naar de bank en… Kassa! Een paar ton rijker. Niet dat daar geen slachtoffers bij vallen. Iemand zal het uiteindelijk toch moeten terug betalen.

Of er voor moeten werken, nog erger. Maar ik heb geen keuze. Ik ga het geld gewoon halen waar het zit. Nou nog effe de plattegrond van Wassenaar kopieëren…. Ik sta snel op van de klapstoel voordat de meute weer probeert voor te kruipen. De keuze voor het balkon is niet omdat het zo druk is, want dat is het niet, maar omdat ik geen mensen meer om me heen kan hebben.

De lichte pislucht van het toilet neem ik daarbij voor lief. Dat is misschien nog wel aangenamer dan de walm van al die aftershaves die in de coupé hangt, en die feitelijk ook niets anders doen dan de pislucht verdrijven. Ik stap het perron op en sla de sjaal voor mijn gezicht tegen de koude wind. Voor de massa uit snel ik de   trappen op naar de stationshal van Utrecht Centraal.

Het onverwachte en vooral ook onterechte ontslag bij de Albert Heijn is net het zetje geweest dat ik nodig had. Het heeft me net kwaad genoeg gemaakt. En ik zit zonder inkomen uiteraard. De stok achter de deur. Ik heb even met de gedachte gespeeld om Albert af te persen, maar heb dat idee al snel laten varen.

Er is nog een andere mogelijkheid. En daarom ben ik hier. Aangekomen in een stad waar ik ook niemand ken, en niemand mij. Als het goed is. En groot genoeg om anoniem in rond te kunnen lopen. Als ik heel Hoog Catharijne doorgelopen ben, ga ik in het centrum op goed geluk op zoek naar een geschikte bank. En daarbij is het rente-percentage op de  spaarrekening niet zo belangrijk. Na een uur of anderhalf door de stad te hebben gewandeld en de boel verkend te hebben loop ik terug naar het station.

De ABN Amro aan het pleintje niet ver van het station lijkt me het meest geschikt. Er is geen sluis, zodat ik ongehinderd naar binnen en weer naar  buiten kan lopen, en er zijn genoeg vluchtmogelijkheden om te voet te ontkomen: Wat de beste methode is. En wat het oplevert. Je gaat naar binnen, laat je pistool zien, vraagt vriendelijk om geld en vertrekt weer. Levert niet veel op. Ergens tussen de zes jaar cel en En altijd alarm, dus de politie zit je op de hielen.

Je wacht het personeel binnen of buiten op voordat de bank opengaat en laat ze het alarm uitzetten en de kluis openen. Er gaat wel de nodige voorbereiding in zitten. Je moet de boel vooraf observeren en je moet er voor zorgen dat niemand alarm slaat. Ook eventuele voorbijgangers of buurtbewoners niet. Je hebt eigenlijk ook meer man nodig. Veel geweld is echter ook hier niet nodig.

De opbrengst is hoog of helemaal niets. Je verschaft je toegang tot de kluisruimte met de nodige middelen: Of alle drie tegelijk. Net voor opening, dan is de kluis vaak open. Maar het kan ook tijdens de openingstijden.

De opbrengst kan hoog zijn. Maar er is altijd alarm dus ook hier komt de politie je achterna. Dus ook hier heb je geen garantie voor succes. Het blijft toch een soort Russisch Roulette.

Ik baan me een weg door de menigte. Even later zit ik met een zak patat op een ijskoud metalen bankje in de hal van Utrecht Centraal en bekijk de krioelende massa. De een op weg van A naar B om dozen in te pakken, de ander op weg van B naar A om diezelfde dozen weer uit te pakken. Of iets van dezelfde zinloosheid, stel ik me zo voor. Ik overdenk de zaak nog eens: Hoe ga ik dat nu   precies… Ik maak mijn gedachten niet af en de hap vette patat wordt uitgesteld.

Want plotseling wordt mijn aandacht getrokken door het Grenswisselkantoor recht tegenover me. Dan is het al donker. Altijd een voordeel voor de activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen, stel ik met een glimlach vast. Ik zie dat het personeel allemaal achter glas zit en ik heb zelfs zicht op de kluis in de hoek. Ik kijk nog eens goed. De deur staat zelfs een klein stukje open! Wat er in ligt is weliswaar niet te zien, maar toch. En als ik om me heen kijk, zie ik dat de stationshal eigenlijk ideaal is om te ontkomen.

Overal trappen en perrons. Kan ik zo in de mensenmassa verdwijnen of in een trein stappen. Maar hoe kom ik aan dat geld, vraag ik me af terwijl ik een hap neem. Ik kan natuurlijk gewoon het kogelwerende glas eruit blazen met explosieven.

Net zoals die Eric Jan Q. Hij ging er toch altijd met minimaal een halve ton vandoor weet ik uit de krantenberichten. Kan je zo naar de kluis lopen en inladen die sporttas. Ik eet rustig mijn patat verder op. De mensen om me heen zie ik niet meer. Om aan springstof te komen is niet zo moeilijk. Ik heb me altijd al bezig gehouden met explosieven. Dat was een van de weinige redenen waarom die laboratorium-opleiding nog wel interessant was. Ik had ooit een hele verzameling underground literatuur en ordners vol informatie.

Nog steeds jammer dat die ergens tussen een van de vele verhuizingen verloren zijn gegaan. Maar aan de hand daarvan heb ik in de loop der jaren geleerd hoe ik zelf de meest uiteenlopende explosieven kan fabriceren.

De primaire springstof voor het slagpijpje moet gesynthetiseerd worden: Als je weet wat je doet. Anders is dat het laatste wat je in je handen hebt gehad. De secundaire springlading is een kwestie van het bij elkaar mixen van de juiste bestanddelen: Eén mengsel heeft zelfs zaagsel als belangrijk bestanddeel. Veel leuker kunnen we het niet maken. En veel eenvoudiger ook niet.

Alleen hoeveel ik  er voor nodig heb zal ik nog even moeten uitzoeken. Maar dat is allemaal het probleem niet. Een paar honderd gram detonerende springstof op een paar meter afstand is al een vrij beangstigende situatie, weet ik uit ervaring.

Helemaal als je het niet verwacht en er ook nog allerlei glas in het rond gaat vliegen. Zou ik zelf aan de andere kant van dat glas durven zitten, schuilend achter een bureau…? Vandaag is de generale repetitie en loop ik alles nog een keer door, op de toekomstige Plaats Delict. Niet in de laatste plaats om het levensecht te maken en te kunnen beoordelen of ik het wel aankan.

Dit is het plan: Ik reis met de trein, aangekomen op het station zal ik via een tunnel aan het einde van het perron het station uitlopen, dan in een steeg ongezien de trainingsbroek en het zwarte jack uit de rugzak halen en over mijn kleren aantrekken. Om even later met een rugzak vol geld weer naar buiten te lopen, direct de trap links naast het GWK te nemen naar perron 14 om daar een stukje verderop via weer een andere trap in de tunnel uit te komen die onder alle perrons doorloopt.

Wat kan er nou nog mis gaan? Thuisgekomen ga ik op mijn klapstoeltje voor het raam zitten en kijk uit over het water. Ik heb het licht uit gelaten. En het is stil. Zal ik het doen? Kan ik het aan? Dat zijn de gedachten die door mijn hoofd spoken. Veel te verliezen heb ik niet. Het is dit of terug naar een of ander kutmagazijn  of ellendige fabriekshal. Maar ja, daar sukkel je vervolgens ook gewoon uitgeput en zappend voor de tv in slaap. Ik heb al eens een tijdje vastgezeten voor autodiefstal en joyriding.

Althans in de bewoordingen van justitie. Voor mij was het gewoon een cursus autotechniek. Voor het regelen van een vluchtauto. Niet dat ik er niet stiekem van genoten heb, dus een beetje joyriding was het eigenlijk wel. De live-cd met dat prachtige  nummer Radar Love  er op. In ieder geval, ik weet dus wel een beetje waar ik het over heb en wat de consequenties kunnen zijn.

Ik herinner me de lawaaiige Koepelgevangenis nog goed, toen ik daar midden in de zomer vastzat en het zo benauwd was op de bovenste ring. Je moest daar toen zelf je kleren nog wassen in een emmer water, douchen kon je één keer in de week, en er was maar één koelkast voor 50 man.

Dus ik vraag me nog een keer af of ik het wel aan kan en of ik bereid ben de consequenties te aanvaarden. Ik stel me voor hoe ik me omkleed in het steegje en hoe ik het kantoor binnen loop. En plots word ik overvallen door de zenuwen. Het is net alsof ik al in het GWK sta! Ook omdat ik weet dat als ik nu een beslissing neem er geen weg meer terug is. Want ik heb eerlijk gezegd al eens een keer eerder een poging gewaagd. Alleen is die faliekant mislukt, want ik werd met een overvalpakket afgescheept, iets wat de beslissing nu alleen maar moeilijker maakt.

Maar als het besluit is genomen dan is het een kwestie van het draaiboek volgen. Dan moet er wel een héle goede reden zijn om het af te blazen. En daarom voel ik de zenuwen nu ook zo heftig. Ik begin te ijsberen door de kamer. Rondlopen en plannen maken is makkelijk. Maar ze ook daadwerkelijk gaan uitvoeren is totaal iets anders, merk ik opnieuw. Nu ik ga beslissen of ik de stap echt ga zetten verandert alles weer graden. Toen ik de boel aan het verkennen was, betrapte ik mezelf al op een voorpretje bij de gedachte aan die tas met geld.

Nu schreeuwt mijn hele lijf: Zo gemakkelijk het leek toen het nog fantasie was, zo moeilijk is het nu. Wij houden een traditie hoog: Je tong draait rondjes met de mijne. Ik streel jouw haren. Ik neem jouw tepel tussen mijn vingers. Draai jouw knop op radio Kongo. Jouw negertietjes floepen uit je pyjama. Ik streel jouw rug, jouw buik, je schaamharen. Wildebeesten, het gedraaf van wildebeesten. De stilte op straat. Mijn staaf drukt tegen jouw satijnen putjes. Ik hoor mezelf kreunen.

Geil geil gaat het door mijn hoofd. Maar het is een beetje koud. Het is koud en het licht is flets en we zijn net in bed beland en daarvoor hebben wij televisie gekeken. Daar denk ik aan. Aan hoe we samen tv keken. Nee, ik denk er niet aan Maar ik kan niet anders.

De beelden, de beelden, ze blijven in mijn hoofd hangen als vleermuizen in een grot. Nee, het zijn boomerangs. Te veel gegeten, te veel gedronken; weekend weet je wel? Je wacht een tijdje. Je trekt me naar boven. Je spreidt je benen. Je wilt me nu. Hard en snel, zoals in Turks Fruit, de film uit onze glorietijd. Ik laat het afweten. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Tot de boomerang weer opduikt. Onze stemmen klinken als etherische olie. Wolkjes die net onder het plafond oplossen.

In de kamer is het donker. Ik val in slaap. De volgende ochtend word ik alleen wakker. Ben jij al opgestaan? Ik haast me naar beneden. Je zit aan de ontbijttafel. Je leest de krant. Je haar is helemaal in de war.

In je ogen gaat het verdriet van de wereld schuil maar je ziet er goed uit, vind ik, verdriet verdraag je goed. Ik ga dicht bij jou staan. Ik zeg niet eens gedag. Je pyjama van satijn. Je rug van satijn. Jij zit op een stoel.

Je neemt hem in de mond. Je mond voelt als een oven aan maar dan erg nat en zompig en moerastrekkerig en slettezuigend prettig. Ik kijk in de tuin terwijl je mij langzaam begint te pijpen. Ik zie hoe een pimpelmeesje in ons vogelkastje vliegt. Het is vol leven en ik ook, ik ook! Ik verstijf als snelbeton in een mal. Ik ben nu groot en paars en je steekt zomaar je wijsvinger in mijn anus.

Net als het meesje uit ons kastje vliegt, spuit ik jouw pruilmondje vol zaadjes. Je kijkt schalks naar me op. Terwijl ik nadruip drink je je koffie, voor ie koud wordt. Koffie wordt ook troost genoemd. We hebben nog steeds niets gezegd. Ik kan ook spelen, hoor. Het enige waar jij aan denkt is seks. Allebei moeten we heel, heel hard lachen.

Het is maar te hopen dat het vochtverlies deze keer binnen de perken blijft. Ik kan het weten want ik ben GDB. Ieder vogeltje rookt al naar gelang hoe of dat het pijpje in zijn snaveltje steekt.

Dus gaat u gewoon op de bekende voet verder. Seks beschrijven zoals GDB dat doet… je moet erbij geweest zijn. Wat mij in dit verhaal van GDB trekt is het zgn. Dit kan elke man overkomen. Maar ook elke vrouw. Maar ja, ik zit hier met een labrador die Puk heet.

Je kan niet alles hebben. Het heeft iets magisch, het tilt je op en maakt je triest tegelijk…. En ik wil graag meer Mirca. Melancholie om een fles bij stuk te slaan. En het gaat natuurlijk weer om de hand van een vrouw. Het is ook altijd wat met die wijven.. En niemand wist het zeker. En orgie ho maar. Dus dat doe ik ook niet meer.

De volgende keer toch maar weer gewoon redtube. Anders hebben we die kussens ook voor niks gekocht. Ik ben gek op rolstoelen. Lekkerlangprikkelendzoetstrelendezuigverhalen…en nog een Happy Ending tot besluit… Hulde! Geen puntje Rinse Appelstroop of een snelle lik Kruisbessen Marmelade? Tik even '69' hiernaast: Vage opgedroogde veegklodderstrepen op de dikke zware afstandsbediening die het allang niet meer doet.

Bolle schermen versterken de aplastische rondingen. Antennes nog met coax en zaad in een sok, geurend naar kamille gemengd met nat speculaas. En dat is nu exact wat ik zocht! Soms zoek je iets, en kan je het niet vinden. Ik zoek iets om mijn Nederlandse woordenschat in te verwerken. En dan zoek je, en zoek je, en dan VIND je!

Soms zoek je iets anders. En dan vind je het niet. Mannen, of vrouwen, pennen, papier, boeken, bekers of boodschappen, je vind het soms niet.

Maar nu heb ik het gevonden! Groetjes Lieke" Lieke , Zelf een column schrijven "Daarom is bicat een lichtje, een vuurtoren voor de verloren lopende dolenden. Want dat er velen op de dool. Een gevolg van zich onbestemd, zonder nuttig doel, afgevlakt en weinig bijzonder voelen maar misschien nog meer eengevolg van het vluchten voor deze zelfrealisatie, deze pijn van een ziel zonder importantie niet te hoeven voelen.

En daar compensatie middelen voor zoeken en aangboden krijgen. Drugs, sex met dieren, sex met kinderen die geen leeftijd meer nodig schijnen te hebben, autorijden, schoeisel, weblogs, gangbangs, sport, wat al niet. Als het maar lijkt dat je vooral bezig bent. Al is het nietszeggend en immoreel, al is het bellenblazen met je mond dicht of een kraak zetten en minister zijn. En dan is er bicat.. Een baken van troost, een zwoele geur vlak voor het slapen gaan, een enorme uitzinnige stapel draadjesvlees met dampende jus, een romance achter het frietkot, scooters en mobieltjes, vogels die hun eigen lied zingen, de eigen partituur kennen en geen regisseur of dirigent nodig hebben, de horror en thrill.

Dat wat onbewust en ondergronds en ook van het leven zelf is. En niet wordt voorgeschreven door de krant, de tv, radio, politiek, banken en verzekeraars, speculanten die denken met 'de echte waarheid' om te gaan. Nee, ik ben geen echt schrijver maar wel groot fan van het schaarse bicat talent.

De flarden teksten vol schrijffouten en loze beweringen, getuigen van weinig historisch besef maar vooral een respectloze attitude jegens miljoenen slachtoffers. Vandaar mijn bijdrage met het verzoek de richtlijnen als opgesteld in de bijlage te respecteren en in acht te nemen.

De woorden vertalen zich moeiteloos in zielsetsende beelden. Er zijn namelijk nog al wat mensen die dit niet lollig vinden. Diverse klaag e-mails over gehad. Mag ik u er op attenderen dat het hier om Kinderporno gaat en de wetgever daar meer dan 4 jaar gevangenisstraf op heeft gezet. Ik ga ervan uit dat het om een misvertstand gaat, als moderator.